Rekeningrijden: betalen om stil te staan

De maanden september, oktober en november waren tot nog toe bij de drukste ooit op onze wegen. De files in de ochtend- en avondspits beginnen vroeger en worden alsmaar langer (bron: Touring Mobilis). België heeft een fileprobleem, zoveel is zeker. Maar de auto is en blijft voorlopig met stip nog steeds het favoriete vervoermiddel van de Belg.

Tal van oplossingen worden gezocht om het tij te keren. Zo ook via het rekeningrijden of de zogenaamde slimme kilometerheffing. Het principe is eenvoudig: de verkeersbelasting vervalt en je betaalt enkel voor je gereden kilometers in functie van tijdstip en plaats. Wie veel op drukke plaatsen en in de spitsuren rijdt, voelt dat dus meteen in zijn portemonnee. Doel is dat de gebruiker twee keer nadenkt om zijn wagen te nemen en zoekt naar alternatieven en zich bijvoorbeeld op ander tijdstippen gaat verplaatsen of andere manieren van verplaatsten zoekt.

Maar is dit wel een juiste en faire oplossing?

Economisch logische maatregel, een kwestie van schaarste, vraag en aanbod

De kern van het probleem is de alsmaar stijgende vraag naar mobiliteit en het feit dat de Belg daarvoor de auto verkiest. De laatste 10 jaar steeg ons wagenpark met 15% terwijl de wegcapaciteit met een schamele 2% toenam (bron: Febiac). Het aanbod volgt de vraag dus niet zodat er schaarste ontstaat.

Aangezien het vanuit ecologisch oogpunt “not done” is om die wegeninfrastructuur verder uit te breiden, overwegen beleidsmakers dus om de verkeersdruk te spreiden door de prijs voor het gebruikmaken van ons wegennet variabel te maken.

Bij rekeningrijden wordt er gekeken naar het tijdstip waarop we ons verplaatsen. Doen we dat in de spitsuren, dan kost ons dat meer dan in de uren erna (of ervoor). Als ons wegennet zwaar belast is, kost jouw plaatsje op dat wegennet ook meer. Schaarste doet de prijs immers stijgen. Een hogere prijs heeft een ontradend effect en kan zo het aantal auto’s in de spits inperken.

Vanuit puur economisch oogpunt is rekeningrijden dus wellicht een logische maatregel voor een betere mobiliteit.

Onvoldoende vervoersalternatieven

Vanuit praktisch en sociaal oogpunt, is rekeningrijden toch niet zo’n goed idee.

Het piekgebruik van ons wegennet is geconcentreerd tussen 7 en 9 ’s ochtends en 17 en 19u ’s avonds, met name op die momenten dat we ons naar en van ons werk verplaatsen.

Er zijn echter veel te weinig alternatieven voor dit woon-werkverkeer. Het openbaar vervoer piekt immers ook in deze periodes. Het treinnet zit op zijn limiet. Het zou fortuinen kosten om die spoorcapaciteit uit te breiden.  Jammer genoeg vloeiden de extra geïnde belastinggelden op het autogebruik de afgelopen jaren te weinig naar investeringen in mobiliteit. En zonder die investeringen vormt de trein geen alternatief voor de auto.

Het enige alternatief dat bij de particulier momenteel blijkt aan te slaan is de elektrische fiets, die de fietsactieradius van het woon-werkverkeer heeft uitgebreid van gemiddeld 5 kilometer naar 15 (bron: Mobiel 21). En dat is inderdaad goed voor mensen die vlakbij huis werken, maar minder relevant voor het gros van de pendelaars die dagelijks langere afstanden moeten overbruggen. De elektrische fiets is bijgevolg een alternatief voor sommige tram- en busverbindingen maar geenszins voor de trein.

Asociale maatregel

Omdat er te weinig valabele alternatieven zijn, zullen de meeste pendelaars dus nog steeds in de spitsuren de weg op moeten en het gelag betalen. Vooral de particulier die met zijn eigen wagen rijdt, zal de “slimme kilometerheffing” in zijn portemonnee voelen. Voor de gelukkige bestuurder van een bedrijfswagen zal de onderneming de belasting voldoen. Die chauffeurs zullen dat rekeningrijden niet voelen en bijgevolg ook hun gedrag niet aanpassen. Rekeningrijden is dus zeker een zeer asociale maatregel, alleen voelbaar voor wie geen bedrijfswagen heeft.

Schipper mag ik doorrijden, ja of neen, moet ik dan een cent betalen, ja of neen?

Politici die voorstander zijn van het rekeningrijden argumenteren dat ze het systeem budgetneutraal willen houden door andere vaste autokosten te verminderen of af te schaffen (zoals de verkeersbelasting en de BIV). Maar die vaste kost is eigenlijk al laag. Om budgetneutraal te zijn zou men slechts een kostprijs van minder dan 3 cent per gereden kilometer moeten vragen. Studies  tonen echter aan dat er pas een mentaliteitsverandering optreedt als de prijs wordt opgetrokken naar 14 cent per kilometer (bron: VAB).  Bovendien is neutraal zeer relatief. Een heffing kan globaal genomen “neutraal” zijn maar individueel een groot verschil maken.

Slim rekeningrijden voor personenwagens is gelukkig nog niet voor morgen. De Vlaams minister van Mobiliteit bestelde een studie over de impact van het systeem. De resultaten daarvan worden in de loop van 2018 verwacht. Of het er uiteindelijk komt, zal de volgende Vlaamse regering moeten beslissen, ergens in de loop van 2019, na de verkiezingen. Wat ons betreft hoeft het alvast niet.

Misschien wordt het toch eens tijd om het aanbod, met name de weginfrastructuur, te bekijken om aan die stijgende vraag te voldoen met slimme investeringen, want andere alternatieven voldoen niet. 

delen met vrienden

bel gratis 0800 17 023 of mail ons

je kan tot 4 auto's eenvoudig met elkaar vergelijken

sluitenmenu sluiten

je recent bekeken auto's

sluitenmenu sluiten